Titeren van uw huisdier

Titeren van uw huisdier.

Honden kunnen net als mensen, vatbaar zijn voor bepaalde ziekten die worden overgedragen door virussen en bactiëren. Ter bescherming tegen deze indringers heeft lichaam een aantal verdedigins mechanismen. De eerste barriés zijn de huid en de slijmvloezen die ao in de luchtwegen en darmen zitten. Ook speeksel en maagzuur zorgen ervoor dat bepaalde ziekteverwekkers worden opgeruimd. Daarnaast zit er in het bloed witte bloedcellen die door het lichaam reizen en indringers aanpakken die toch door de eerste barriére zijn door gedrongen. 

Als laatste heeft het lichaam een afweersysteem dat zich richt op specifieke
ziekteverwekkers. Het parvovirus is hier een voorbeeld van. Dit specifieke afweersysteem
wordt onderverdeeld in cellulaire en humorale afweer. Bij de cellulaire afweer worden
vooral virussen en bepaalde bacteriën die al zijn doorgedrongen in de cellen van de hond
onschadelijk gemaakt. De humorale afweer speelt zich af in het bloed en
lichaamsvloeistoffen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aanwezigheid van antistoffen
die ook wel antilichamen worden genoemd. Deze antilichamen kunnen we meten in het
bloed door middel van een titerbepaling. Er zijn verschillende soorten antilichamen. De
antilichamen die voor een titerbepaling belangrijk zijn, noemen we IgG. Bij de hond kunnen
we deze IgG antilichamen in het bloed meten tegen volgende ziekten: parvo, hondenziekte
(distemper of ziekte van Carré) en besmettelijke leverziekte (infectieuze hepatitis).



Pups krijgen vlak na de geboorte via de eerste moedermelk (biest) antilichamen mee die
belangrijk zijn voor hun bescherming. Wij noemen dit maternale immuniteit. Indien de teef
echter geen of te weinig antilichamen heeft, krijgen de pups deze niet via de biest binnen en
zijn ze onbeschermd! Deze maternale antilichamen zijn tijdelijk en verdwijnen geleidelijk
maar kunnen tot 20 wel weken en bij uitzondering nog langer, aanwezig zijn in het bloed.
Het is belangrijk om pups op het juiste moment te beschermen door middel van een
vaccinatie waarbij antilichamen worden aangemaakt.

Het doel van een vaccinatie is om de hond immuun te maken voor bepaalde ziekten. Het is
echter een misvatting om te denken dat alle honden die zijn ingeënt ook daadwerkelijk
beschermd zijn. Bij pups die nog beschermd zijn door de maternale antilichamen, slaan de
vaccins vaak niet aan. Pups worden meestal ingeënt op 6, 9 en 12 weken. Vervolgens krijgen
ze nog een laatste vaccin toegediend op een jaar en daarna worden ze elke 3 jaar
gevaccineerd tegen distemper, infectieuze hepatitis en parvo. De meeste pups worden 3
keer gevaccineerd omdat bekend is dat die maternale antilichamen ervoor kunnen zorgen
dat een vaccinatie niet aanslaat. Door 3 keer om de 3 weken een vaccin toe te dienen,
bestaat de kans dat er eentje pakt. Het probleem zit hem in het feit dat de meeste pups al
op 12 weken hun laatste vaccinatie krijgen toegediend. Doordat de maternale immuniteit tot
20 weken kan duren, is er een grote kans dat deze honden onbeschermd rondlopen tot 1
jaar, de leeftijd waarop ze de laatste vaccinatie van het puppy schema krijgen. Mensen
denken dan ten onrechte dat hun hond door deze vaccinatie optimaal beschermd is, terwijl
de hond nog steeds een gevaar loopt om ziekten op te lopen en te verspreiden.

ze gaan hiermee onbeschermd naar hondenscholen, pesnions, shows en wedstrijden, vieze uitlaat veldjes enz.

Het zou veel beter en meer verantwoord zijn om het huidige vaccinatieschema aan te passen
volgens de vaccinatierichtlijnen van de WSAVA (World Small Animal Veterinary Association).
De WSAVA, is een wetenschappelijke commissie, die wereldwijd richtlijnen uitzet met
betrekking tot de vaccinaties van honden en katten. In deze richtlijnen staat vermeld dat het
niet verstandig is om de laatste vaccinatie toe te dienen vóór de leeftijd van 16 weken. Het is
dus beter om iets later te beginnen met vaccineren en om de tijdstippen zo te spreiden dat
het laatste vaccin op 16 weken wordt toegediend. Daarna zijn er 2 mogelijkheden:
1) een titerbepaling op 20 weken. Indien de uitslag positief is dan hoeft de hond geen extra
vaccinatie te krijgen en kan het dier afhankelijk van de uitslag na een bepaalde periode
opnieuw worden getiterd.
2) de vaccinatie die normaal gesproken op 1 jaar wordt gegeven, te vervroegen naar 26
weken. Dit om te voorkomen dat de hond onbeschermd rondloopt tot de leeftijd van 1 jaar.


Het is wetenschappelijk aangetoond dat bescherming na een effectieve vaccinatie, veel
langer kan aanhouden dan de bescherming die gegarandeerd wordt door de producenten
van de vaccins. Daarnaast is het zo dat antilichamen die vandaag gemeten worden, morgen
niet zomaar verdwenen zijn. Het is belangrijk om te weten dat honden die antilichamen
hebben, ook geheugencellen hebben. Als de titer van de antilichamen te laag is en de hond
in aanraking komt met een ziekteverwekker, dan maken deze geheugencellen onmiddellijk
nieuwe antilichamen aan waardoor het dier beschermd is.
Antilichamen worden overigens ook aangemaakt als een hond besmet wordt met een
bepaald virus, maar deze ziekte zelf overwint. Voor de genoemde ziekten willen we dit
echter liever voorkomen


Voor welke honden heeft een titerbepaling zin?
o Fokteven: laat ruim voor de dekking een titerbepaling uitvoeren om te zien of de teef
antilichamen heeft. Indien dit het geval is dan is de kans groot dat de pups deze
antilichamen via de biest binnenkrijgen en maternaal beschermd zijn. Als de teef
geen antilichamen, heeft kan ze nog voor de dekking worden gevaccineerd.
o Pups: om het juiste moment van vaccinatie te bepalen zodat er dan effectief
gevaccineerd kan worden.
o Gevaccineerde honden: vanaf 3 weken na elke vaccinatie, kan er een titerbepaling
worden uitgevoerd ter controle of deze daadwerkelijk effectief is geweest. Ook als de
bijsluiter van een vaccin aangeeft dat het 3 jaar werkzaam is, weet je zonder
titerbepaling nog steeds niet of de vaccinatie ervoor gezorgd heeft dat je dier
beschermd is. Daarnaast zijn er ook honden die sowieso niet op een vaccinatie
reageren. Dit noemen we non-responders.
o In het vaccinatieschema voor alle honden om te zien of een (her)vaccinatie nodig is.
o Honden met een onbekende vaccinatiestatus zoals bijvoorbeeld honden uit het
buitenland, honden die gevonden worden en naar het asiel gaan enz. Het zou goed
zijn voor onze hondenpopulatie om met name pups die afkomstig zijn uit OostEuropa verplicht te titeren. Bij deze pups is er vaak controverse of de vaccins wel
correct gegeven zijn, waarbij er dus twijfel is of deze pups goed gevaccineerd zijn. Het
komt ook voor dat dergelijke pups met vervalste vaccinatiestickers in hun paspoort in
België en Nederland belanden en dus niet gevaccineerd zijn. In Oost-Europa komen
distemper en parvo regelmatig voor en deze pups vormen een serieuze bedreiging
voor onze populatie.
o Bepalen of honden in contact zijn geweest met een ziekte of deze hebben opgelopen.
o Honden die bijwerkingen hebben gehad op een eerdere vaccinatie (bijvoorbeeld een
allergische reactie.
o Zieke honden of honden die medicijnen gebruiken die het immuunsysteem
onderdrukken. Zieke dieren mogen volgens de meeste bijsluiters niet worden
gevaccineerd.
o Oude honden.
Het is belangrijk dat de dierenarts de titerbepaling officieel vermeld in het Europees
paspoort van de hond door de RapidSTATUS TiterTest™ sticker in het paspoort te plakken.
De resultaten per ziekte moeten worden vermeld, evenals de datum van titeren en de
datum wanneer opnieuw een titerbepaling moet plaatsvinden.


Wat houdt zo’n titerbepaling nu precies in?
De titer van antilichamen in het bloed is de verdunning van dit bloed, waarbij deze
antilichamen nog aantoonbaar zijn.
Het bloed wordt dus verdund en indien er bij de hoogste verdunning nog steeds
antilichamen worden aangetoond, dan is dit een hoge titer. Als er bij een lage verdunning
antilichamen worden aangetoond, dan is dit een lage titer. Wat belangrijk is om te weten, is
dat niet de hoogte van de titers belangrijk zijn, maar slechts de aanwezigheid van
antilichamen. Het heeft geen enkele zin om een hond te vaccineren die nog antilichamen
heeft welke ontstaan zijn na een vorige vaccinatie. De titers zullen niet verhoogd worden. In een dergelijk geval is er dan sprake van onnodig en/of overbodig vaccineren.

U heeft de uitslag al na 15minuten!


Op welke ziekten kunnen we testen met de TiterTest:

Parvo
Hondenziekte (distemper of ziekte van Carré)
CAV-2: een kennelhoestvariant die ook bescherming biedt tegen besmettelijke
leverontsteking (infectieuze hepatitis).


Voor elke ziekte kan er een andere titer worden gemeten en afhankelijk van de aan- of
afwezigheid van antilichamen, moet er wel of niet zoveel mogelijk op maat worden
gevaccineerd.
Omdat we er natuurlijk voor willen zorgen dat onze honden niet ziek worden en geen andere
dieren kunnen besmetten, gaan we bij een negatieve uitslag vaccineren.
Als de titers voor hepatitis negatief zijn, dan zit er niets anders op dan de hond de volledige
cocktail te geven (DHP). Het vaccin tegen hepatitis is namelijk niet los verkrijgbaar.
Indien de titers voor parvo te laag zijn, dan vaccineren we de hond met een los parvo (P)
vaccin.
Als de titers voor distemper te laag zijn, dan vaccineren we de hond met een cocktail van
distemper en parvo (DP). Het distemper vaccin is in België en Nederland namelijk niet los
verkrijgbaar.
Het zou ideaal zijn als de vaccinproducenten losse vaccins op de markt zouden brengen. De
vraag naar titerbepalingen neemt explosief toe. Zij kunnen daar perfect op inspelen en er
mede voor zorg dragen dat honden niet overbodig gevaccineerd worden met vaccins die niet
nodig zijn.


NB: Er is een facebookgroep actief die goed onderbouwde informatie verstrekt met betrekking tot titerbepaling:  ALLES OVER TITEREN. Deze groep hanteert een lijst van dierenartsen uit België en Nederland die de TiterTest aanbieden.



Wilt u meer informatie of een afspraak maken bel gerust naar onze praktijk! Of kijkt u eens op www.titertesten.nl

Telefoonnummer: 040-2550278.


Copyright © All Rights Reserved.